Jubileumconcert ZILVER


PROGRAMMA

Orlando Gibbons | The silver swan

Jacques Arcadelt | Il Bianco e dolce cigno

Tomás Luis de Victoria | Sanctus

Giovanni Giorgi | Improperium exspectavit

Giovanni Pierluigi da Palestrina | Quae est ista?

John Plummer | Tota pulchra es

Henry Purcell | Man that is born of a woman

Henry Purcell | Thou knowest, Lord, the secrets of our hearts

INTERMEZZO

Den Haag: Blokfluitensemble Bona Speranza Consort

Maastricht: Strijkkwartet Ad Vox

Hildegard von Bingen | O virtus Sapientiae

Orlando di Lasso | Veni, dilecte mi

Cornelis Thymanszoon Padbrué | Vierde kusjen

Josquin Desprez | Mille regrets

Thomas Morley | April is in my mistress’ face

John Dowland | Now, o now I needs must part

John Wilbye | Adieu, sweet Amaryllis

Giacomo Carissimi | Plorate filii Israel

Adriano Banchieri | Capricciata en Contrappunto bestiale alla mente

Een zilveren zwaan glijdt langzaam door de tijd en stopt even hier, even daar. Waar ze ook komt, overal verschijnen dezelfde thema’s die het leven van de mens vorm en betekenis geven. Het maakt niet uit hoe ver we terug gaan in de tijd.

Dit concert meandert als de zilveren zwaan van Gibbons uit het eerste lied door de vroege muziek. We komen de liefde tegen natuurlijk, in alle toonaarden. Orlando di Lasso laat ons kennis maken met een verliefd stel. Het meisje spoort haar geliefde aan zich te haasten naar de wijngaard om zich daar te verpozen. Daar zal ze hem haar borsten laten zien. Ook Padbrue neemt ons mee in het minnespel, het woelen van de tongen. Zijn inspiratie komt vast niet alleen uit het Hooglied.

Er gaat ook wel eens wat mis, de liefde bekoelt, en dan is het tijd om afscheid te nemen. Dowland, Morley en Desprez hebben mooie muziek gemaakt over dat onvermijdelijke moment, soms gevolgd door een gevoel van opluchting, want er is weer ruimte voor een nieuwe geliefde – maar soms ook met gevoelens van spijt.

Naast de erotische liefde is de liefde voor God een constante. De vroegste muziek uit dit concert komt van Hildegard van Bingen (1098-1179). Echo’s van het Gregoriaans zijn te horen in het vrouwenkoor, dat Gods wijsheid bezingt die hoog boven de aarde zweeft, zijn essentie verspreidt, en is. Ontzag voor het goddelijke spreekt uit de muziek van Victoria en Palestrina. Het wondermooie ‘Plorate filii Israel’ van Carissimi ontroert.

Giorgi geeft stem aan Jezus die in alle ellende en eenzaamheid voor en door toedoen van de mens moet sterven. De woorden zijn bitter als gal en wrang als azijn. Purcell daarentegen creëert een intieme sfeer in zijn muziek. God kent onze diepste gedachten en is ons zo nabij. Ook in het uur van onze dood, die ene grote zekerheid in het leven. Want de mens komt en gaat, als een bloem die ontluikt en verwelkt.

Voordat de zilveren zwaan het einde van haar reis bereikt en sterft, heeft ze nog een laatste boodschap: ‘More geese than swans now live, more fools than wise’: ‘er leven nu meer ganzen dan zwanen, meer dwazen dan wijzen’. Ook dat is van alle tijden.